

Ik sta elke dag met beide voeten in de praktijk. In een klein accountantskantoor, én als mama van drie tieners.
Die combinatie houdt me scherp. Maar leert me vooral relativeren en evenwicht bewaren. Iets wat ook in ons beroep essentieel is.
Mijn professionele parcours startte na mijn rechtenstudies aan de KU Leuven, als juridisch adviseur bij een bankverzekeraar. Die achtergrond heeft mijn analytisch denken gevormd en mijn interesse gewekt voor regelgeving, verantwoordelijkheid en het bredere kader waarin ons beroep functioneert.
Vanuit de dagdagelijkse praktijk, worden de uitdagingen in onze sector tastbaar. Voor mij vormt dat de basis: wat werkt, moet ook werkbaar zijn.
Gedreven door de wil mij continue te ontwikkelen, heb ik vorig jaar via de passerelle, de eed afgelegd als gecertificeerd fiscaal accountant. Die stap heeft mijn blik verruimd en mijn betrokkenheid bij het beroep alleen maar versterkt.
Binnen het ITAA engageer ik mij actief binnen de commissie kwaliteitstoetsing en de cel AWW Management, en geef ik les in antiwitwasregelgeving en deontologie. Onderwerpen die raken aan de kern in ons beroep.
Wat mij drijft?
Bijdragen aan een beroep dat sterk, evenwichtig en toekomstgericht is. Met aandacht voor de mens achter de professional.
Onze sector verandert razendsnel. Maar verandering mag geen chaos worden.
Digitalisering en nieuwe verplichtingen zetten druk op onze manier van werken. Het ITAA moet hierin richting geven. Niet door extra lasten, maar door duidelijkheid en werkbare oplossingen.
👉 Vanuit het ITAA:
AI is geen bedreiging. Stilstaan is dat wel.
Ons beroep draait elke dag rond vertrouwen. En vertrouwen vraagt een duidelijk en gedragen kader.
Geen extra regels om de regels. Wel een sterk deontologisch kompas dat onze kernwaarden beschermt: integriteit, beroepsgeheim en vertrouwelijkheid.
Meer dan zes jaar na de fusie is het tijd voor duidelijkheid en éénvormigheid. De finalisering van de koninklijke besluiten rond kwaliteitstoetsing, opdrachtenbrief en deontologie zijn een prioritaire stap naar meer rechtszekerheid.
Geen extra complexiteit. Wel rechtszekerheid en werkbaarheid.
Een sterk beroep bouw je samen. Niet naast elkaar, maar mét elkaar.
Vandaag is er nood aan meer verbinding: tussen generaties, tussen (kleine en grote) kantoren en tussen het Instituut en zijn stakeholders.
Geen versnippering, maar samenwerking. Geen wantrouwen, maar een overlegcultuur gebaseerd op respect en vertrouwen.
Eerste stappen zijn gezet. Nu is het tijd om die samenwerking verder uit te bouwen en te versterken.
👉 Concreet betekent dat:
Naar de overheid toe moeten we spreken met één duidelijke stem. Alleen zo bouwen we aan geloofwaardigheid en impact.
Verbinding is geen doel op zich. Het is de basis voor vooruitgang.
Een sterk beroep begint bij sterke professionals. En die groeien niet vanzelf. Daar is begeleiding en ondersteuning voor nodig.
De toegang tot het beroep en de begeleiding van stagiairs én stagemeesters verdienen blijvende aandacht. Goede leermeesters vormen de basis van een sterke sector.
Maar ondersteuning stopt daar niet. Ook ervaren professionals moeten kunnen rekenen op duidelijke informatie, praktische tools en een instituut dat meedenkt.
👉 Daarom is het belangrijk om:
Ondersteuning moet geen extra laag zijn. Het moet een echte meerwaarde zijn.
